April 1990
de geest,de menselijke geest,de rede,eigen
verantwoordelijkheid,geestelijke leegheid,god,
holisten,humanisme,humanisten,materialisme,nihilisme,vrijdenkers,vrije
keuze,zelfbeslissingsrecht.
Naar het BEGIN van het artikel
Terug naar: Startpagina
Naar bladwijzer(s): Eigen verantwoordelijkheid ;
Geestelijke leegheid
; Houvast ; Discriminatie ; Vrije keuze ; De Geest als maat ; Humanisten ;
Naar Andere artikelen: Conditionering ; Robot denken ; Op de vlucht voor je eigen denken ; Het gelijk en de dialoog ; Eenzaamheid en onvrijheid ; Het toenemend belang van het
Atheïsme ; Geen God wat dan ; Godsdienst en Geloof ; Evolutie of Creatie ; De fundamentele intolerantie van
de Godsdienst ; God bestaat niet ; Bedreiging van het vrijdenken en
het atheïsme ; De verdedigers van de
Godsdienst ; Waarom is de Islam als godsdienst
tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ; Ongewenst atheïsme- zie
afl. 32 ; Een grens te ver (Israël) ; Verbieden van de godsdienst..?-zie afl. 21 ; Hoe zit het nou met god ; Discrimineert /
onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 ; Waarom is de Islam als godsdienst
tegen de Westerse Wereld ..? zie no. 27 ; Waarom is de
Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? ; Discrimineert /
onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 : De Islam
; Het staat in de Koran- zie aflevering 36 ; De heilige
wet-De Sjari’a ; Burqa, volg bladwijzer
Steeds luider klinkt de
roep om een nieuwe spiritualiteit, een nieuwe geestelijkheid en dat niet alleen
van de zijde van de holisten. Ook het Humanistisch Verbond blijkt er een grote
behoefte aan te hebben, maar gelukkig kan het verbond het gat in de markt
vullen: er is een Universiteit voor Humanistiek opgericht en daar gaat men
studenten opleiden om niet alleen de vraag naar spiritualiteit te voldoen, maar
zelfs aan de vraag naar geestelijken! Ter stimulering van de markt zijn er bij
de plechtige opening van het universitaire jaar al stichtelijke woorden
gesproken, geheel volgens de beste tradities van de andere al of niet
godsdienstige overtuigingen: de wereld gaat ten onder aan geestelijke
onverschilligheid aan materialisme en aan nihilisme....
In de westerse cultuur is er altijd grote
nadruk gelegd op de menselijke GEEST.
Die wordt beschouwd als de bron
waaruit de mensen hun waarden en normen moeten putten teneinde behoorlijk te
kunnen leven, niet alleen moreel verantwoord, maar ook materieel. Er is
blijkbaar behoefte aan een instrument om het leven te kunnen besturen. Die
behoefte komt voort uit de misvatting dat een mens in wezen niet deugt. Als die
mens zichzelf niet corrigeert, zichzelf niet in toom houdt, zichzelf niet
bijschaaft, is hij niets meer dan een stuk natuur, eenzijdig gebonden aan de
overlevingswet van de sterkste. Men is er dan ook van overtuigd dat de mens in
principe een moordzuchtig dier is, wreder en gevaarlijker dan het ergste
roofdier. Sommige filosofen noemen hem dan ook zonder meer “het laatste en
meest volmaakte roofdier”. Maar, zo meent men, de beschaving, als resultaat van
de werkzaamheid van de geest, verlost de mens van die kwalijke natuurlijkheid,
tilt hem boven zichzelf uit en maakt hem tot een cultuurverschijnsel dat op den
duur in niets meer aan de natuur doet denken. De geest is het instrument bij
uitstek om de mens op het juiste spoor te leiden en te houden. Zelfs het
lichamelijke wordt onderworpen aan boven-natuurlijke kwalificaties. Gezondheid
bijvoorbeeld is al lang geen natuurlijk, biologisch begrip meer, maar een
medisch. Hetzelfde geldt voor kinderen baren en sterven. Arbeid is geen vorm
van zelfverwerkelijking meer, maar een economische grootheid die geld waard is.
Verstrooiing en sport zijn niet langer ontspanning, maar big business.
Kortom, alles wordt op het niveau van de geest getild. De geest wordt als de
maat voor alle dingen genomen. Hij wordt opgevat als een beginsel dat macht
heeft over alles wat natuurlijk is. Dat kan logischerwijze niets anders
betekenen dat dan die geest gezien wordt als een instantie boven de materiële wereld.
De geest geldt als het hogere principe. Je kunt dat op twee manieren
interpreteren: ten eerste als
een zaak die op zichzelf bestaat buiten en boven de mens en die zogezegd een
geheel eigen en onafhankelijke werkelijkheid vormt (god), en ten tweede als een werkelijkheid die de
mens zélf deelachtig is en die niet buiten hem kan bestaan, maar die toch,
binnen het verschijnsel mens, een hogere positie inneemt (de rede). In het
eerste geval beleven de mensen hun eigen GEEST als iets uitwendigs en zijn dan
godsdienstig, in het tweede geval als iets inwendigs en dat geldt voor
humanisten. Hoewel die twee mogelijkheden, namelijk de uitwendige en de
inwendige situering van de geest, in de praktijk een gigantisch verschil
uitmaken, gaat het toch in beide gevallen over een macht die de mensen dwingt
zich aan te passen, zich te onderwerpen en zich bovendien tegenover die macht
te verantwoorden. Voor de godsdienstige is dat laatste niet zo'n probleem:
hij bedenkt gewoon dat zijn god vergevingsgezind is en alles met de mantel der
liefde zal bedekken. Maar het valt een heel stuk zwaarder als men dat
maatgevende principe binnen zichzelf situeert en dus als men het gelijkstelt
met de zogenaamde rede. Men dwingt dan zichzelf zich te gedragen volgens een
macht waaraan, in tegenstelling tot de godsdienstige, helemaal niet te ontkomen
valt omdat hij deel van de mens zelf is. Misleidend genoeg staat daar tegenover
dat laatstgenoemde onderwerping de indruk geeft geheel vrijwillig te
geschieden. Hij schijnt overeenkomstig de eigen vrije wil te zijn. Dat leidt
ertoe dat die onderwerping iets vanzelfsprekends krijgt en zelfs wel iets
verhevens: men laat zich door de rede leiden! Zelfvoldaanheid is dan
bepaald geen uitzondering.
Humanisten, dat wil zeggen diegenen die de
levensbeschouwing van het humanisme aanhangen, zijn mensen die tot de
overtuiging zijn gekomen dat je je vrijwillig door de rede moet laten leiden.
Dat geldt overigens ook voor veel vrijdenkers. Zij spreken dan over eigen verantwoordelijkheid, zelfbeslissingsrecht en vrije keuze. Bovendien vinden
zij dat zij met een al of niet bestaande uitwendige hogere macht niets te maken
hebben omdat die macht onmogelijk denkend begrepen kan worden en zich bijgevolg
niet kennen laat. Met datgene dat niet te kennen is kan geen rekening gehouden
worden, menen zij terecht. De regels en voorschriften die de godsdienstige
mensen zichzelf en elkaar stellen, op grond van de een of andere
onwaarschijnlijke openbaring van de goddelijke wil, zijn voor de humanisten dus
helemaal niet maatgevend. Zij geven toe dat er misschien wel regels bij zitten
die zij ook onderschrijven, echter niet omdat god het zegt, maar omdat de rede
het zegt. Intussen gaat het in beide gevallen om een overtuiging, de
overtuiging namelijk dat er , hetzij inwendig hetzij uitwendig, een maatgevende
instantie bestaat. En het is op grond van deze overtuiging dat godsdienstigen
en humanisten elkaar steeds meer vinden en elkaar tegenwoordig zelfs als
gelijkwaardig gaan beschouwen. Aanvankelijk ging dat in hoofdzaak van de
humanisten uit, maar zo langzamerhand wordt duidelijk dat ook de godsdienstigen
tot de conclusie komen dat de humanisten niet langer genegeerd kunnen worden,
al was het alleen maar om de dreiging van het nihilisme het hoofd te bieden.
Bij de opening op 4 september jl. van de Universiteit voor Humanistiek deelde
de godsdienstige minister Deetman mede dat deze nieuwe universiteit alle recht
van bestaan had, ja sterker nog: hij, de minister, had zich er
persoonlijk voor ingezet dat de zaak van de grond kwam! Hij kon natuurlijk
moeilijk anders omdat hij het met de humanisten eens was dat er een krachtige
dam tegen de oprukkende geestelijke leegheid opgeworpen moest worden en dat dit
een hogere status van de geestelijk verzorgers noodzakelijk maakte. De dominees
worden op universitair niveau opgeleid en dus de humanistische geestelijken
ook. Behalve dit fraaie staaltje van politiek geglibber was er nog een ander
liedje te beluisteren. Ik denk nu niet aan de
Marialiederen, die ten gehore werden
gebracht, maar aan het liedje van de nieuwe spiritualiteit....Volgens al
diegenen die er een overtuiging op nahouden en die dus de geest als de maat
stellen gaat de wereld binnenkort ten onder, ditmaal niet omdat de duivel er
achter steekt en ook niet omdat wij de planeet aan het vergiftigen zijn, maar
omdat er een geestelijke leegte bij de mensen aan het ontstaan is. Er zijn
steeds minder overtuigingen die de mensen op het rechte spoor kunnen houden, de
godsdiensten takelen af, de geestelijke waarden verliezen hun betekenis en de
wetenschappen blijken niet in staat oplossingen te vinden voor de vele
problemen waarvoor de mensheid zo langzamerhand gesteld is. Kortom, het gaat de
verkeerde kant uit! Dat nu moet gestopt worden, en wel door het bevorderen van
een 'nieuwe spiritualiteit’! Waar hebben wij dit eerder gehoord? In de
Middeleeuwen trokken de boetpredikers door de landen met hetzelfde verhaal,
tijdens de reformatie deden de hageprekers dat en later waren daar de gereformeerde
hel en verdoemenis predikers.
En wacht even:
de Marxisten, Leninisten, Maoïsten en zelfs de Fascisten hielden de mensen voor
dat de wereld zich binnenkort in de afgrond zou storten, als er niet... precies,
als er niet een nieuw denken uitgevonden zou worden, een denken dat nieuwe
normen en waarden op zou leveren en dat daardoor de mensen van een nieuw en
beter houvast zou voorzien. Het is een oud verhaal
dat almaar op hetzelfde neerkomt. De mensen moesten zich onderwerpen, al of niet
vrijwillig, aan een hogere werkelijkheid en zich op die manier verheffen boven
hun natuurlijke basis. Dat hogere wordt nu uiteraard niet meer omschreven met
behulp van uitgeholde begrippen als “god” of “de rede”. Nu heet het
“spiritualiteit”. Prettig daarbij is dat dit begrip iets vluchtigs, iets
geheimzinnigs heeft, zodat het net lijkt alsof het iets heel moderns is! Het
bedrieglijke van al dat soort ogenschijnlijk nieuwe ideeën is dat zij stiekem
toch teruggrijpen op de traditionele basisvoorstelling, namelijk die van
het supremaat van de GEEST. Daardoor houden zij steevast een machtsprincipe in
en samenhangend daarmee, een volstrekte discriminatie van de mensen.
Immers, diegenen die zichzelf geestelijk ontwikkeld vinden achten zichzelf
hoger dan anderen, al beweren zij dat dit niet het geval is. Zij maken voor de
onontwikkelden uit wat hun geestelijke inhoud zou moeten zijn. Als die zogenaamd
onontwikkelde mensen zelf, doorgaans zonder dat zij zich daarvan zo bewust
zijn, tot een andere geestelijke
inhoud komen wordt daaraan geen waarde gehecht en dus wordt de zaak
niet onderzocht op mogelijke nieuwe, maar nu echte, perspectieven. Neen, omdat
zo'n nieuwe ontwikkeling zich (onvermijdelijk !) manifesteert als een
ontkenning van een onverschilligheid voor tot dan toe geldende geestelijke
waarden is hij bij voorbaat verkeerd. Tegenwoordig heet dat dan “nihilisme”, geestelijke
leegheid.
Ik vraag mij af: hoe weten
die o zo geestelijk volwaardige godsdienstigen, vrijdenkers en humanisten dat
hun medemensen geestelijk leeg zouden zijn? Leiden zij dat af uit het feit dat
die zogenaamde leeghoofden naar het voetballen gaan en zich daarbij misdragen,
leiden zij dat af uit het feit dat zij zich in de disco bezatten, of uit vissen
gaan of naar een seksfilm en niet naar een klassiek concert, de kerk of een
humanistisch vormingsweekend? Of blijkt het misschien uit het feit dat veel
mensen zich niet meer zo erg geroepen voelen enthousiast aan de maatschappij,
de politiek of de economie mee te werken? Hoe dan ook, het is overduidelijk dat
we met een vooroordeel te maken hebben dat, zoals altijd bij vooroordelen,
berust op het bedreigende en dus ongewenste anders-zijn van steeds meer mensen.
Een anders-zijn dat in vergelijking met voorheen geldende waarden voorlopig nog
danig kinderachtig en vaak zelfs als onverantwoordelijk voor de dag komt en
uitgeleefd wordt. Inderdaad is dat lang niet altijd aangenaam, maar het is wel
een van de voorbodes van een nieuwe fase in de ontwikkeling: die van het
definitieve verval van de superioriteit van de menselijke geest, zich vaak op
onaangename wijze doorzettend in al diegenen die de buik vol hebben van de
fraaie praatjes van de moraalpredikers. Die zogenaamd leeghoofdige mensen
voelen heel wel aan dat het diezelfde predikers en hun volgelingen zijn die een
onoverzichtelijke, wanordelijke troep van onze wereld gemaakt hebben en die
zich daarbij niet generen de minder geestelijk ingestelde mensen de schuld van
alles te geven. Het valt immers niet te ontkennen dat al die machthebbers en
regelaars zich zonder uitzondering beroepen op een hogere werkelijkheid, in
feite hun eigen geestelijkheid inhoud. Die geldt als rechtvaardiging van hun
superioriteit! Nu is er dan blijkbaar een nieuwe spiritualiteit nodig.
Maar wat kan dat anders betekenen dan een opnieuw in de verf gezette oude
ideologie? De mensheid is eindelijk begonnen zich van ideologieën te bevrijden.
Zij begint te begrijpen dat de menselijke geest, of hij nu als iets uitwendigs
of als iets inwendigs gesteld wordt, in het geheel niet hoger en machtiger is.
Zij komt langzaam maar zeker tot het besef dat de geest niet meer is dan een
niet-materiële verhouding binnen het verschijnsel mens. Je zou denken dat het
doorbreken van dit besef tot grote vreugde bij de humanisten, die steeds
beweerd hebben tegen ideologieën te zijn, aanleiding zou geven. Maar nee hoor:
wederom moeten er dammen opgeworpen worden, wederom bepalen enkele
bevoorrechten welke geestelijke
inhoud de mensen moeten hebben, wederom wordt het gros van de mensen
in een minderwaardig daglicht gesteld. En weer wordt er van tevoren
uitgedokterd waarom de mensen zich te onderwerpen hebben, nu echter met de
volle instemming van de humanisten. Geen wonder dat de godsdienstigen steeds
aardiger worden!
Eigenlijk ben ik er wel blij om dat nu de aap uit
de mouw gekomen is: de humanisten laten zich er op voorstaan dat zij
niets bij voorbaat vast willen leggen, maar intussen leggen zij wel vast dat er
een door hen goedgekeurde geestelijke
inhoud bij de mensen aanwezig zou moeten zijn. Daarbij plaatsen zij
zich, het spijt mij het te moeten constateren, in het rijtje van al die geestelijke
voorgangers die onze wereld al veel te lang tot een wereld vol schuld
hebben gemaakt...
Bovenstaande
tekst is geschreven: door Jan Vis, filosoof.
Terug naar: Startpagina
Pagina's
zijn door mij uit het tijdschrift van De Vrije Gedachte No. 204 april 1990
overgenomen.
Aangezien
de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten maar juist voor alle mensen,
is het citeren uit mijn werk zonder meer toegestaan. Wel echter zou ik het op
prijs stellen dat het citeren vergezeld gaat van een duidelijke bronvermelding!
(Jan Vis)
|
|