juli/aug.
1995
atheisme,atheisten,democratie,fundamentalisme,godsdienst,hitler,joden,jodendom,jodenhaat,
omroepwet,secularisatie,vrijdenker,zendtijd.
Naar het BEGIN van het
artikel
Bladwijzer
: Onverdraagzaamheid
; Jodenhaat ;
Op woensdag 28 juni 1995 hebben wij onze
voorlopig laatste uitzending op televisie gehad. Uiteraard ging deze over onze
onenigheid met het Commissariaat voor de Media. In het kader van onze acties
tegen het besluit om onze zendtijd in te trekken volgt hier de letterlijke
tekst van die uitzending. Wellicht kan hij van nut zijn om geestverwanten aan
te sporen ook aan de actie te gaan deelnemen.
De Vrije Gedachte
had lang voor de oorlog al zendtijd. De toenmalige Dageraad
behoorde tot de oudste officieel erkende omroepen van Nederland, al vanaf 1926.
Dat was eigenlijk wel vreemd, want de overheid was nu niet zo heel erg
gecharmeerd van die goddeloze, eigenzinnige en vrijheidslievende vrijdenkers.
Maar men kon er niet onderuit, want men had zelf een wet gemaakt die onder
andere voor De Dageraad de weg naar de ether opende. Die kersverse
omroepwet verleende namelijk zendtijd aan geestelijke genootschappen zonder
daarbij het ledental of zelfs de achterban als de maat te
nemen. Je zou zeggen: niet zo handig van de overheid. Maar men had dat
natuurlijk uit eigenbelang zo geregeld, want de toentertijd oppermachtige
godsdiensten moesten toch de schijn van een democratische gezindheid ophouden. Zendtijd
verlenen aan tegenstanders betekende een extra rechtvaardiging voor de eigen
buitensporige eisen. Dat die hele gang van zaken inderdaad erg vreemd
was mag wel blijken uit het feit dat diezelfde confessionele regering al
spoedig, in 1930, een strenge censuur-vooraf instelde door de beruchte Radio
Controle Commissie. En in 1933 besloot men het lidmaatschap
van De Dageraad te verbieden voor alle ambtenaren en overheidspersoneel.
In het vooroorlogse Nederland was er dus
bepaald niet veel sympathie voor mensen die hun verstand wilden gebruiken en
die niet bereid waren, terwille van wie dan ook,
water in de wijn te doen.Vooral de kerken haatten de
vrijdenkers, maar ook in de politiek ontstond er een steeds sterkere weerstand
tegen De Dageraad. Het waren namelijk de vrijdenkers van De Dageraad die in die
dagen de euvele moed hadden voor de radio tekeer te gaan tegen de schandelijke
praktijken van Mussolini, tegen de misdaden van Franco en de lafheid van de
westerse politici, maar vooral tegen de in Duitsland steeds meer bewust
aangewakkerde jodenhaat. Werkelijk niemand dorst het
in die dagen in het openbaar voor de radio voor de vervolgde joden op te nemen,
maar de vrijdenkers, onder leiding van Jan Hoving, staken hun opvattingen niet
onder stoelen of banken en waren ook niet bereid in te binden vanwege goede
relaties met een 'bevriend staatshoofd', zoals de heer Adolf Hitler. Voor hun
moed werden de vrijdenkers door de Nederlandse overheid, onder druk van de NSB,
royaal beloond: zij raakten per 1 januari 1937 hun zendtijd
kwijt! Het heeft 30 jaar
geduurd, namelijk tot 1967, eer zij hun radiozendtijd terugkregen en het was
pas in 1971 dat er één uur Tv-zendtijd per jaar bijkwam. Letterlijk tot op de dag
van vandaag is het bij dat ene uur gebleven, maar nu is er dan toch verandering
in gekomen. Het is de confessionele krachten, broederlijk samenwerkend
met de moderne managers die immers al geruime tijd proberen de hele
maatschappij in hun macht te krijgen, eindelijk gelukt die ongezeglijke
vrijdenkers uit de ether te werken. Het is duidelijk: de geschiedenis herhaalt
zich, zij het met andere spelers en andere motieven. Wederom zijn de atheļsten
uit de ether verbannen! Om dat voor elkaar te krijgen heeft men de meest
vergezochte argumenten bij elkaar geschraapt. Op enkele daarvan zal ik wat
nader ingaan: heel mooi is deze dat de verdeling van zendtijd over
godsdiensten en genootschappen op geestelijke grondslag op zo eerlijk en zo
realistisch mogelijke wijze geschied is. Als u nu eens met mij naar dit
overzicht kijkt, dan ziet u dat men het als een realistische verdeling
beschouwt als de Humanistische Omroep Stichting, dat is net als De Vrije
Gedachte een 'geestelijk genootschap', maar 39 uur zendtijd op televisie
krijgt, terwijl de godsdienstigen bij elkaar 264 uur
mogen uitzenden. En dan heb ik het nog niet eens over dat immer voortdurende
godsdienstige gewauwel waaraan je je bij de KRO, de NCRV en vooral de EO kunt
ergeren. De EO die trouwens, naar het schijnt, ook nog eens een deel van de op
dat lijstje voorkomende Zendtijd voor Kerken gaat verzorgen.
Dus:
hoewel Nederland tot de meest ongelovige naties ter
wereld behoort en er allang een scheiding tussen kerk en staat ingesteld is, is
er een gigantische overheersing van godsdienstig gedoe op de media. En het is
echt zo dat men dit nog vanzelfsprekend en redelijk vindt ook! Welnu, wij
vinden dat helemaal niet redelijk! Ook schitterend is het argument dat ons ene
uurtje televisie per jaar versnipperend werkt, terwijl je zo zonder meer al
minstens 8 verschillende godsdienstige splinters hebt. Ver voor de oorlog al,
in maart 1931, hield de filosoof Leo Polak voor de microfoon van De Dageraad
een causerie over het onderwerp: Eenheid boven geloofsverdeeldheid. Hij
legde daar onder andere in uit dat er steeds meer verdeeldheid binnen de
godsdiensten heerst en dat dit haat en nijd, agressie en onverdraagzaamheid
teweeg brengt. Uiteraard schrapte de censuur daar van alles in want de waarheid
mag immers niet gezegd worden, althans niet als het over de godsdienst en de
kerken gaat. En dan is daar nog het fraaie argument van de zogenaamde
achterban. De godsdiensten mogen zonder meer zo ongeveer de hele wereld als
achterban claimen, maar als het over De Vrije Gedachte gaat verwisselt men
stiekem het ledenaantal met de achterban en beweert staalhard dat wij
slechts een achterban van ongeveer 3000 vrijdenkers en atheļsten zouden hebben.
Het christendom, het jodendom, de islam en het hindoeļsme worden als
hoofdstromingen beschouwd, maar het atheļsme, dat al zo oud is als de
mensheid zelve, zou plotseling geen hoofdstroming zijn. Dat is natuurlijk
klinkklare onzin: over de hele wereld zakken de mensen door de
godsdienst heen, ondanks de vertwijfelde pogingen van fanaten dit tegen te
houden. Maar, het ligt in de logica dat de secularisatie een onstuitbaar proces
is, dus niet alleen in West-Europa, maar over de gehele wereld.
Het kan tegelijkertijd niet ontkend worden
dat de atheļstische vrijdenkers nauwelijks een georganiseerde achterban
hebben en dat ook hun ledental niet zo erg indrukwekkend is. Maar dat is niet
zo moeilijk te begrijpen: het is nu eenmaal een feit dat het
vanzelfsprekende zich niet organiseren laat. Voor de meeste moderne mensen
is het ongeloof namelijk een zo vanzelfsprekende zaak dat zij zich op grond
daarvan niet verenigen. Dat feit is echter geen houdbaar argument voor de
bewering dat wij geen achterban zouden hebben. Zo'n bewering is een volslagen
slag in de lucht. Het zijn juist diegenen die zich forceren om in god te
geloven die niet buiten een organisatie kunnen, omdat zij noodzakelijk macht
moeten zien te veroveren. Dat is dan ook precies wat je op het ogenblik op tal
van terreinen ziet gebeuren. Met het in hoog tempo slinken van de godsdienstige
aanhang neemt bij de gelovigen de verbetenheid toe waarmee men aanspraak denkt
te kunnen maken op allerlei machtsposities. In een tijd dat die machtsposities nog
nauwelijks bedreigd werden, dus in de twintiger en dertiger jaren, dorst men De
Dageraad wel wat zendtijd te geven. Men dacht dat dit niet zoveel kwaad kon,
wat overigens al spoedig bitter tegen bleek te vallen. Maar vandaag de dag
beschouwt men vrijdenken zonder meer als een gevaar, voornamelijk
voor de godsdienst als hoedster van de moraal, maar ook voor de managers-maatschappij
in zijn algemeenheid. Natuurlijk geeft men dat niet openlijk toe, maar
toenemend fundamentalisme enerzijds en agressie tegen ongelovigen en
onaangepaste eigenzinnigen anderzijds spreken wat dit
betreft een duidelijke taal. En we zullen het wel nooit kunnen bewijzen, maar
het is wel heel opmerkelijk dat het uitgerekend een atheļstische
vrijdenkersomroep is die het veld moet ruimen. Een omroep die, hoe klein ook in
vergelijking met de godsdienstige omroepen, terug kan zien op een roemrijk
verleden als de enige atheļstische omroep ter wereld. Hebben niet grote
voorgangers als Multatuli, Bolland, Domela Nieuwenhuis, Leo Polak, Jan Hoving
en recentelijk ook Anton Constandse hun ideeėn bij de
vrijdenkers verwoord, de laatste drie ook voor de microfoon van de vrijdenkers?
En is die omroep niet zonder ook maar enige smet de oorlog doorgekomen? Je zou
denken, alleen dat roemrijke verleden zou al een reden moeten zijn niet over
'samenwerking', 'versnippering', 'achterban', 'hoofdstroming' en dergelijken te
zeuren. En dan is daar ook nog die modieuze managers-theorie van het
Commissariaat over samenwerken met het Humanistisch Verbond. Dat slaat toch
nergens op! Met het Humanistisch Verbond werken wij al vanaf de oprichting in
1946 samen, maar op het terrein van de media moeten wij nu
eenmaal zelfstandig zijn. Daarvoor is onze boodschap te eigenzinnig.
Trouwens, de humanisten hebben een humanistische omroep, maar wij maken
aanspraak op een atheļstische omroep, en dat is in feite heel wat anders!
De verhoudingen zijn in medialand helemaal zoek: een vergelijkbare
godsdienstige omroep, namelijk het Nederlands Israėlitisch Kerkgenootschap,
heeft er twee uren televisie bij gekregen.
Dat gunnen wij hen van harte. Maar wij
smeken al jaren om slechts één uurtje erbij en wat krijgen wij? Wij mogen
opkrassen! Wie verzint er toch zoiets? Is dat nou pluriformiteit, is dat
nou democratie ? Het spreekt vanzelf dat wij het er niet bij laten
zitten. Dat wordt ons trouwens ook van alle kanten aangeraden. Enerzijds zullen
wij een juridische procedure starten, maar anderzijds kunt U ons de helpende
hand bieden, door namelijk massaal bij het Commissariaat voor de Media te
protesteren en daaraan tegelijkertijd zoveel mogelijk ruchtbaarheid te geven. U
kunt uw protesten richten aan het Commissariaat voor de Media, Postbus 1426,
1200 BK Hilversum.
Bovenstaande
tekst is geschreven: door Jan Vis, creatief filosoof.
Pagina's
zijn door mij uit het tijdschrift van De Vrije Gedachte No. 257- juli/aug. 1995
overgenomen.
Aangezien
de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten maar juist voor alle mensen,
is het citeren uit mijn werk zonder meer
toegestaan. Wel echter zou ik het op prijs stellen dat het citeren vergezeld
gaat van een duidelijke bronvermelding! (Jan Vis)
|
|
|
|