DE BAJES

april 1978  

de bajes,fascisme,gevangenis,gevangenschap,justitie,het strafrecht,stelen,wandaad,wat is een misdaad,we hebben het niet geweten, zelfbewustzijn.

Wat is misdaad? Wat is een wandaad? Maatschappij en Samenleving. De Bajes; het buitensluiten van mensen.

Wat is het criterium?

Naar het begin v/h artikel

Bladwijzer(s): we hebben het niet geweten ; Eenzijdigheid-1 ;

Terug naar: De Startpagina

 

Naar: Beweging en verschijnsel (deel 1, 2, en 3)

Naar: Eenzaamheid en Onvrijheid

 

 

DE BAJES

Als een mens een misdaad pleegt verbreekt hij het geheel. Om het geheel, dat de samenleving is, te verbreken moet hij zich buiten de samenleving plaatsen, maar dan moet er wel een samenleving zijn, en als die er is, kan men er niet buiten zijn, omdat het een samenleving is.

Wat betekent dan misdaad? En waar blijft ons strafrecht?

Waar blijft de bajes?

WAT IS MISDAAD?

Misdadig-zijn is ziek-zijn. Het is een verstoring van het menselijke zelfbewustzijn en het is er oorzaak van dat men niet begrijpt wie men als mens is. Voor zover namelijk dit begrijpen weg valt verliest een mens het inzicht dat hij leeft samen met de overige levende wezens. Hij verliest het inzicht dat hij één van de verschijningsvormen van het leven is, een leven dat zich niet alleen in mensengedaante vertoont maar ook als het dier, als de plant.

Terecht wordt het de mensen meer en meer duidelijk dat men ook misdadig kan zijn ten opzichte van de dieren en door sommigen wordt er ook al beweerd dat evenzeer ons gedrag ten aanzien van de plantenwereld misdadig kan zijn. Dit doorbrekend bewustzijn is juist, en het is ook verheugend omdat het er op wijst dat de mensen langzaam maar zeker begrip krijgen omtrent hun situatie in de werkelijkheid, begrip krijgen voor het feit dat er maar één leven op de planeet is, gevarieerd tussen het primitieve eencellige wezen en het optimaal complexe organisme dat de mens is. Niet dat ik hiermee de gedachte wil verdedigen dat de mens "ook maar een dier is" en dat we van daaruit zijn gedrag, en vooral zijn wangedrag, moeten verklaren. De mens is over de gehele linie een bijzonder geval; hij wijkt in alle opzichten af van de andere organismen, maar juist als die afwijking behoort hij er bij. Het begrip "afwijking" is immers niet te denken zonder datgene waarvan het een afwijking is. En in die zin behoort de mens bij het overige leven.

Terecht is volgens ons besef het begrip "misdaad" niet van toepassing op het overige leven. De poes is niet misdadig als zij een muis vangt en die verslindt, "zo is nu eenmaal de natuur" zeggen wij dan en wij vinden dat maar een wrede bedoening, onrechtvaardig zelfs bij gelegenheid. Wij weten, desnoods bij intuïtie, dat de mens anders is: hij wijkt van dit patroon af. Alleen al vanwege het feit dat hij wéét heeft van zijn eigen ondeugd, ook als hij het probeert voor te stellen alsof zijn gedrag voortreffelijk is. Het verdoezelen en goedpraten (rationaliseren) van eigen ondeugd is het beste bewijs voor het aanwezig zijn in de mens van een weten van "goed en kwaad". Het feit dat wij herhaaldelijk spreken van een "slechte wereld" duidt er op dat wij weten van een "goede wereld". En dit weten van een andere wereld is nu juist de afwijking die de mens vertoont, vergeleken bij het overige leven. Wat weet de mens als hij dat "andere" weet?

Hij weet dat hij eigenlijk met de andere mensen en met het overige leven één geheel vormt en hij weet ook dat dit geheel niet verbroken kan worden. Dit is een weten dat hem niet aangeleerd behoeft te worden, het is een vanzelfsprekend weten, maar dat wil niet zeggen dat iedereen het weet... Het kan bij een mens voorkomen dat er in zijn zelfbewustzijn een storing is, en voor zover dat het geval is kan zijn weten-van-het-geheel verloren zijn gegaan. Dan hebben wij te doen met een mens die misdadig is. Dat wil zeggen: de gesteldheid van die mens is misdadig - of hij tot een misdaad komt doet nu even niet ter zake. Het kernpunt is dat bij hem het door mij bedoelde "vanzelfsprekend weten" niet of nauwelijks tot gelding komt. De ziekte van de misdaad is dus niet iets dat een mens hééft, maar juist iets dat hij niet heeft, er ontbreekt iets in meerdere of mindere mate.

Alle mensen die wat dit betreft niet "ziek" zijn kunnen zich beroepen op het weten-van-het-geheel... het zou mooi zijn als het waar was, maar helaas: zij zijn vrijwel altijd het slachtoffer van hun cultuur, hun beschaving, zo u wilt. En van daaruit vertonen zij gewoonlijk een veelheid aan wandaden met het daarbij behorende geschipper met het zogenaamde geweten.

WAT IS EEN WANDAAD?

Elke cultuur, in het verleden en ook de onze, is een eenzijdigheid. Het gaat in een cultuur om een bepaald aspect van de werkelijkheid en dat aspect komt in de mensen van die cultuur tot ontwikkeling, tot bewustzijn. Voor die mensen verschijnt hun gehele werkelijkheid in het licht van dat aspect; alles wordt daar naar toe omgebogen, verbogen, verminkt. Zo wordt in onze, West Europese cultuur de gehele werkelijkheid verminkt tot een functie van het individu-zijn van de mens. Dat wil zeggen dat alle verschijnselen als meer of minder nuttig gelden voor de individuele mens.

Want om die mens gaat het in onze cultuur.

Het gaat niet om de mens als lid van het geheel, maar het gaat om de mens als een van al het andere afgezonderd geval, het gaat om de mens als enkeling, als éénling. Vanuit deze cultuurgesteldheid is het dat wij het vanzelfsprekende weten-van-het-geheel verstikken, want wij willen er zelf zijn als éénling. De gevolgen hiervan zijn ronduit verschrikkelijk te noemen: alles wat wij ondernemen loopt namelijk onvermijdelijk uit in wandaden: dat wil zeggen, daden waarin niet het geheel beoogd wordt maar het déél, de eenling. En niemand kan daaraan ontkomen, ook niet als hij van goede wil is: er is altijd wel aan iemand onrecht gedaan voor het halfje brood dat hij tweemaal per week bij de bakker koopt, en over alle andere onrecht kunnen we verder gevoeglijk zwijgen.

Een wereld van als individu geaccentueerde mensen is noodzakelijk een wereld vol van wandaden, niet omdat de mensen iets in het zelfbewustzijn ontbreekt, maar omdat datgene dat werkelijk waarachtig is stelselmatig verstikt wordt en nooit tot ontplooiing kan komen. Die verstikking kan zo intens op de mensen inwerken dat zij onder omstandigheden betrekkelijk gemakkelijk tot feitelijke misdaden kunnen komen; hun zelfbewustzijn kan door inwerking van de cultuur gestoord raken, zozeer zelfs dat hun het geweten geen halt meer toe roept. Dan zien wij het gebeuren dat als bij een epidemie de mensen plotseling volslagen krankzinnig worden en voor geen enkele misdaad terugschrikken.

Dat wat zij vanzelfsprekend "geweten" hebben is op zodanige wijze vernietigd en geperverteerd dat het zelfs alleen nog maar de haat versterkt, de haat tegen "de anderen". In het fascisme als massaverschijnsel is deze besmeuring van het waarachtige naar alle mogelijke aspecten te herkennen. Maar toch kunnen wij niet van al deze mensen zeggen dat zij in letterlijke zin misdadigers zijn, en zij spreken wezenlijk de waarheid als zij achteraf zeggen: "we hebben het niet geweten". Meestal echter blijft het "geweten" nog wel een woordje meespreken en het voorkomt al te grote wandaden.

Het verzacht vaak het bittere lot van diegenen die niet zo bedreven zijn in het plegen van wandaden, en van diegenen die er de kans niet toe krijgen omdat ze zich niet als éénlingen kunnen laten gelden vanwege hun minderwaardige maatschappelijke positie, en het verzacht zelfs somtijds het lot van diegenen die er werkelijk als éénling zijn omdat zij een misdadige gesteldheid hebben, en van daaruit niet van het geheel kunnen weten.

MAATSCHAPPIJ EN SAMENLEVING

Om de begrippen "misdaad" en "wandaad" goed te kunnen begrijpen moeten wij wat betreft de mensheid enkele belangrijke onderscheidingen maken. Het gaat om de begrippen "maatschappij" en "samenleving". Deze begrippen worden door vrijwel iedereen willekeurig gebruikt als zouden zij dezelfde betekenis hebben. Dit is echter geenszins het geval: het begrip "samenleving" heeft betrekking op de mensheid voor zover de afzonderlijke mensen daarin tezamen léven en met elkaar één geheel vormen, terwijl het begrip "maatschappij" slaat op de totaliteit van menselijke individuen, die niet tezamen zijn, maar daarentegen ten opzichte van elkaar zijn en tegenover elkaar staan.

De verhouding tussen beide begrippen is deze dat het begrip "maatschappij" inhoud is van het begrip "samenleving", zodat wij bijgevolg kunnen stellen dat dit laatste begrip het eerste te boven gaat. Immers, de optelsom van individuen die ten opzichte van elkaar zijn behoeft nog geen geheel op te leveren, maar de aanwezigheid van het geheel kan niet gedacht worden zonder de totaliteit als inhoud. Als voorbeeld het organisme: als inhoud daarvan is er een veelheid aan afzonderlijke cellen, maar een veelheid aan afzonderlijke cellen behoeft nog lang geen organisme te zijn.

Voor zover het de mensen gelukt is een maatschappij op te bouwen - en dat is in West Europa al aardig gelukt - betekent dit in geen geval dat het ook tot een samenleving gekomen is. Onze westerse wereld staat nog volkomen in het teken van een maatschappij, en dat betekent dat het afzonderlijk-zijn, het éénling-zijn, als enige wezenlijke maatstaf geldt. In principe is dus iedereen buitengesloten en hangt het van een aantal vooropgestelde waardebepalingen, voorwaarden, af of iemand met de anderen mee mag doen.

Voldoet iemand niet aan die voorwaarden, dan is er van meedoen geen sprake. Zeker in een moderne maatschappij kunnen en willen vrijwel alle mensen min of meer meedoen. Er is hieraan nog heel wat te verbeteren, bijvoorbeeld wat betreft de werkgelegenheid, maar niemand is geheel van de maatschappij uitgesloten, behalve diegene die als misdadig aangemerkt wordt. De inhoud van dit begrip "misdadig" is aanmerkelijk groter dan die van het begrip "misdaad" zoals ik dat aan het begin van dit artikel uiteen gezet heb.

Onder het maatschappelijke begrip "misdaad" vallen ook een reeks wandaden waarvan men vindt dat zij een grens overschrijden. Wandaden die "te ver" gegaan zijn, of die volgens de verkeerde methode gepleegd zijn. Het bestelen van de arbeiders bijvoorbeeld is een legale wandaad, maar het uitbuiten van arbeiders niet. Het stelen van een brood is een ongeoorloofde wandaad, maar het stelen van grondstoffen uit de derde wereld niet: daarvoor wordt alleen maar te weinig betaald. Het doden van een mens is een te erge wandaad, maar het doden in de oorlog is legaal.

Zo zijn er vele voorbeelden op te noemen maar zij zijn alle terug te voeren tot de wandaden en dus onlosmakelijk verbonden met de individualistische wereld waarin wij tot nu toe leven. Het zijn de zogenaamde misdaden die aan een eenzijdige maatschappij meekomen en zij zijn niet gegrond in een storing van het zelfbewustzijn, maar in een verdringing van het "geweten". De schuldige is de asociale maatschappij.

Als de mensen zover zijn gekomen dat zij een samenleving vormen is het maatschappelijke inhoud geworden van die samenleving. De bedoeling van de afzonderlijke mensen is dan niet meer bij henzelf gelegen, maar bij het geheel. Zij handelen ten opzichte van elkaar niet meer ten eigen bate, maar ten bate van het geheel.

Dit geeft aan alle handelingen een ander karakter. Zelfs al worden er bij gelegenheid foute daden gepleegd, dan nog zijn het geen wandaden omdat zij vanuit een goede gesteldheid gedaan worden. En die gesteldheid is een sociale gesteldheid, gegrond in het besef bij elkaar te horen. Van zo een samenleving is niemand buitengesloten, zelfs niet diegene die gebukt gaat onder een misdadige gesteldheid...

DE BAJES

Er bestaat in onze wereld niets dat zo onmenselijk is als de gevangenis. Dat komt doordat het buitengesloten-zijn hier als absoluut gesteld wordt. Aan de gevangenis komt het wezenlijke karakter van onze wereld tot uitdrukking. Want het gaat niet om het opsluiten van misdadige mensen, al komen die er natuurlijk ook in terecht, maar het gaat om het buitensluiten van mensen, misdadig of niet.

De gevangenis is dus niet onmenselijk doordat er misdadigers in zitten, maar doordat er mensen uit de wereld gestoten worden. Aan die uitgestotenen is werkelijk elk meedoen ontzegd en doorgaans zijn zelfs de relaties tot andere mensen vernietigd. Terecht wordt er de laatste tijd geprotesteerd tegen het isoleren van gevangenen, maar daarbij wordt toch een verkeerde suggestie gewekt, want alle gevangenschap is isolatie en elke isolatie is onmenselijk, is folter. Men tracht de onmenselijkheid van de gevangenis zoveel mogelijk op te heffen en men tracht de gevangenen zoveel mogelijk te begeleiden. Alle deskundigen dringen op verbeteringen aan, en tegelijk constateren zij onveranderlijk dat het allemaal niets helpt. De gevangenen takelen allemaal onvermijdelijk af, zij verliezen steeds meer hun mens-zijn en de storing in hun zelfbewustzijn wordt almaar groter. Dat alles ondanks velerlei verbeteringen...

De fout zit niet in de verzorging en begeleiding van de gevangenen - hoe slecht die overigens is - maar in het principe van de gevangenis zelf, in het principe van de uitsluiting.

Dat wordt duidelijk als wij denken aan hetgeen ik gezegd heb over het begrip "samenleving". Het is de samenleving waarom het uiteindelijk gaat bij de mensen en dus gaat het uiteindelijk om het insluiten van alle mensen en niet om het uitsluiten. Dat betekent dat juist die mensen, die op grond van hun gestoorde zelfbewuste gesteldheid moeilijkheden met de samenleving hebben, met meer zorg en aandacht en liefde ingesloten zijn in de samenleving. Hierbij moeten wij goed letten op de betekenis van het begrip "samenleving" - we kunnen dit niet genoeg zeggen omdat wij zo bedroevend weinig verstaan van dit begrip.

Het gaat namelijk over "leven" en niet over "reglementeren" of "regeren" of vanuit een theorie "besturen". Het gaat niet over medische of psychologische behandelingen, maar het gaat over samen léven. Dat leven begint bij de geboorte van een mens temidden van de andere mensen, en zoals een moeder al vlug bemerkt dat een kind zwak of ziekelijk is - doordat zij liefde en aandacht voor het kind heeft - zo bemerken de mensen ook dat één van hun vrienden een zwak zelfbewustzijn heeft. Zij bemerken dit lang voordat die zwakte zich in een misdaad manifesteert en zelfs is te stellen dat die daad vrijwel uitgesloten is.

Want het zich buiten de samenleving stellen, dat nodig is om haar doormiddel van een misdaad te kunnen verbreken, is door het samenleven onmogelijk geworden. En als iemand zich bijzonder slecht ontwikkelt is er altijd nog de mogelijkheid van een deskundige behandeling. Dat kan nu eenmaal voorkomen. Doordat wij gewend zijn niet met elkaar samen te leven merken wij nauwelijks iets aan elkaar op. Verschrikt en verbaasd moeten wij dan ervaren dat iemand fout is gegaan en wij vragen ons af: hoe is dat zo gekomen? Wel, dat is zo gekomen doordat wij nooit voor iemand aandacht gehad hebben, doordat wij nooit oor hebben gehad voor de noodkreten van een mens die zichzelf voelde afglijden in de duisternis. Doordat wij slechts onszelf bedoeld hebben en de waarde van een ander mens afhing van het nut dat hij of zij voor ons kon hebben.

Dat het zover is gekomen is onze schuld. Die schuld kunnen wij niet afwentelen op de "regering" of op de "justitie" of op "het kapitalistische stelsel" en meer van die onzin: de schuld draagt de omgeving van die zieke. Eigenlijk weten wij dit allemaal wel: uit alle onderzoekingen is gebleken dat de omgeving van een ontspoorde doof en blind was voor zijn noodsignalen. En als zij dat in sommige gevallen niet was, dan werd de zieke ter "behandeling" in een kliniek opgenomen.

Daar waren ze dan weer mooi vanaf. Maar een kliniek is geen omgeving, een kliniek is een zachtaardige vorm van uitsluiting, een wetenschappelijke vorm van isolement, en dat kan geen resultaat hebben. Daarom is het een verheugend verschijnsel dat in enkele klinieken de verzorgers en begeleiders de zaak opengegooid hebben. Deze mensen handelen vanuit een goede gesteldheid, maar het is hen niet in dank afgenomen. Allicht: de maatschappij verzet zich ertegen.

WAT IS HET CRITERIUM?

Misdaad is in wezen altijd de drang om de samenleving te verbreken. Dat vooronderstelt de aanwezigheid van een samenleving, maar als een samenleving er werkelijk is, dan is de feitelijke misdaad vrijwel uitgesloten. De mensen behoeden elkaar voor de misdaad. Het begrip straf, zoals wij dat tot nu toe kennen, heeft in een samenleving geen enkele inhoud, en daarmee vervalt ook het strafrecht. Er is geen rechter nodig om een misdadig feit vast te stellen, dat kunnen de mensen zelf ook wel, en zelfs beter dan hij. Van vergelding kan geen sprake zijn omdat men in een samenleving elkaar niets kan vergelden.

Hier krijgt het door ons veroordeelde "eigen rechter zijn" een geheel nieuwe betekenis. Daarom zou ik met nadruk willen stellen: het moet er naar toe dat de mensen hun eigen rechter zijn, en dat betekent dan dat niemand rechter is over een ander mens.

Als wij ons bezig houden met de ontwikkeling van ons huidige strafstelsel moeten wij er niet naar toe werken dit stelsel menselijk en redelijk te maken, maar wij moeten er naar toe werken boven dit onmenselijke stelsel uit te komen. Dat is het enige redelijk houdbare criterium als wij iets willen doen aan het ellendige lot van de veel te velen die in de gevangenis zuchten door de schuld van diegenen die hun vrienden hadden moeten zijn...

No. 86 - april 1978

Bovenstaande tekst is geschreven:

Door Jan Vis, creatief filosoof.

 

Terug naar: Startpagina

Artikel werd geplaatst in de uitgave "IN NIETS NEUTRAAL" no. 86 - april 1978 van De Vrije Gedachte te Rotterdam.

Aangezien de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten, maar juist voor alle mensen, is het citeren uit dit artikel zonder meer toegestaan.

Bronvermelding wordt echter wel op prijs gesteld.

 

 

website analysis
website analysis

website analysis
online hit counter